Header Haarlem / Copyright © JTravel.nl

 

 

Hofjes in Haarlem

 

Hofjes zijn typisch Nederlands. In Haarlem staat het oudste hofje uit 1395. Andere steden met hofjes zijn o.a. Groningen, Amsterdam, Den Haag en Leiden. De hofjes waren in al hun eenvoud een goede vorm van bejaardenzorg. Hier woonden oudere weduwen of ongehuwden samen op één terrein. De dames konden niet vereenzamen.

Haarlem staat bekend als de hofjesstad. In de stad bevonden zich ooit 40 hofjes, nu zijn het er nog 22. Deze bevinden zich in en net buiten het Haarlemse centrum. Deze hofjes zijn van tussen de 13e tot in de 19e eeuw gebouwd. In 1395 werd het oudste hofje gesticht. Dit is het hofje van Bakenes, aan de Wijde Appelaarsteeg.
Behoeftige ouderen en bejaarde vrouwen werden in kleine huisjes rond een als tuin ingerichte binnenhof gehuisvest. De hofjes werden bewoond door 5 tot soms wel 30 vrouwen. Ongeveer de helft van de hofjes verdween in de loop van de jaren weer. Dit omdat het onderhoud van de hofjes niet toereikend was. De overige twintig bleven behouden. Er werden rond 2001 nog twee moderne hofjes bijgebouwd, de Gravinnehof en het Johannes Enschedé Hof. In Haarlem bevinden zich in totaal 22 hofjes. Deze zijn nog allemaal bewoond zijn. De hofjes worden niet meer door arme, oude vrouwen bewoond, maar de hofjes in Haarlem zijn nog altijd een sociale woonvoorziening. Nog altijd is het wonen in een hofjeswoning heel erg geliefd. Er is nog een groot saamhorigheidsgevoel in de hofjes. De bewoners wonen hier individueel, maar ze bieden elkaar gezelligheid en hulp als hier behoefte aan is. De bewoners wonen alleen en samen tegelijk. Ieder hofje heeft een eigen karakter.
De hofjes in Haarlem zijn bijzonder. U ziet in de hofjes rustieke binnentuinen met prachtige kleine woningen. De historische details vertellen u het verhaal van de rijke Haarlemse geschiedenis. Rijke weldoeners lieten vanaf de 14e eeuw huisjes bouwen voor arme, alleenstaande vrouwen en weduwen. De gevels van hofjes zijn versierd met familiewapens. Er kwam geen overheidssteun aan te pas. De bewoonsters leefden van een wekelijkse toelage van ongeveer vijf cent, een maandelijks kannetje boter, wat vlees en brandstof voor de kachel. Deze vrouwen leefden hier heel eenvoudig. De weldoeners verbonden meestal hun naam aan het hofje. Er zijn ook hofjes die met het nagelaten vermogen zijn opgericht na het overlijden van een weldoener. Een voorbeeld hiervan is het Teylershofje. Dit hofje is opgericht uit het vermogen van Pieter Teyler. Daarnaast zijn er ook hofjes vanuit een kerkelijke gemeenschap gesticht. Een voorbeeld hiervan is het Luthershofje.
U ziet in de hofjes nog oude waterpompen en reliëfs. Deze schetsen een beeld van het leven in de Haarlemse hofjes.
Een poort vormde de toegang tot het hofje. Nu herinnert soms alleen de poort nog aan de plek waar zich ooit een hofje bevond. Bij andere hofjes is de poort verdwenen en kijkt u zo het hofje in. Elk hofje heeft zijn eigen verhaal en bijzondere uiterlijk. De hofjes worden nog steeds bewoond en zijn naast een plek om te wonen, een toeristische trekpleister geworden.
Verschillende hofjes zijn in de vorige eeuw gerenoveerd. Dit omdat de hofjes niet meer aan de moderne wooneisen voldeden. Vaak werden twee huisjes samengevoegd tot één woning. Daarnaast kwam er stromend water, gas en elektriciteit. De hofjes worden nog altijd voornamelijk bewoond door alleenstaande vrouwen van vijftig jaar en ouder.
De hofjes zijn in eigendom van wooncorporaties (het Teylers Hofje, het Brouwershofje, de Proveniershof, het Hofje Guurtje de Waal en de Johannes Enschedé Hof), van de Doopsgezinde gemeente (het Bruiningshofje, het Wijnbergshofje en het Zuiderhofje), van het Sint Jacobs Godshuis (de Gravinnehof, het hofje van Loo, het Verwershofje en Vrouwe- en Antonie Gasthuis), van de Lutherse gemeente (het Luthers hofje), van de Remonstrantse Gemeente (het Remonstrantse hofje) of ze zijn in eigendom van onafhankelijke regentencolleges (het Hofje In den Groenen Tuin, het hofje van Bakenes, hofje van Heijthuijsen, het hofje Codde en van Beresteijn, het hofje van Noblet, het hofje van Staats, het hofje van Oorschot, het Frans Loenenhofje). Het Essenhofje is in particulier eigendom.

U kunt de meeste Haarlemse hofjes tussen 10.00 en 17.00 uur bezoeken. De hofjes zijn vrij toegankelijk. De hofjes met poort zijn op zondag gesloten.

Plattegrond met de Hofjes in Haarlem

Dit is de lijst van de 22 Haarlemse hofjes en het stichtingsjaar:
1395 - Hofje van Bakenes
1440 - Vrouwe- en Antonie Gasthuys
1472 - Brouwershofje
1489 - Hofje van Loo
1607 - Frans Loenenhofje
1609 - Hofje Codde en Van Beresteijn
1610 - Bruiningshofje
1614 - Luthers Hofje
1616 - Hofje In den Groenen Tuin
1616 - Hofje van Guurtje de Waal
1640 - Zuiderhofje
1650 - Hofje van Willem Heythuijsen
1662 - Wijnbergshofje
1730 - Hofje van Staats
1760 - Hofje van Noblet
1769 - Hofje van Oorschot
1773 - Remonstrants Hofje
1787 - Teylers Hofje
1850 - Essenhof
1866 - Proveniershof (voormalig Proveniershuis)
2001 - Gravinnehof
2007 - Johannes Enschedé Hof

Hieronder vindt u de beschrijvingen van de door mij bezochte hofjes. Ik heb op 3 na alle hofjes gezien. Deze lagen iets te ver uit mijn wandelroute. Enkele hofjes zijn niet voor publiek geopend, zoals het Zuiderhofje, het Remonstrants Hofje en het Wijnbergshofje. Een aantal anderen zoals Hofje van Oorschot, het Gravinnehofje en het Hofje van Loo zijn alleen door een hek te bewonderen. Met de beschrijvingen houd ik de volgorde van bovenstaande lijst aan.

Het Hofje van Bakenes in Haarlem

Hofje van Bakenes
Het Hofje van Bakenes of Bakenesserkamer is gevestigd aan de Bakenessergracht 11 in het centrum van Haarlem. De officiële benaming van dit hofje is 'De Bakenesserkamer', daarmee worden de kamerwoningen in het hofje bedoeld. Het hofje heeft twee ingangen: één aan de Bakenessergracht en één aan de Wijde Appelaarsteeg. De ingang aan de Wijde Appelaarsteeg is de hoofdingang. Het hofje grenst aan de Toneelschuur en de Philharmonie.
Het Hofje van Bakenes is het oudste nog bestaande hofje in Haarlem. Het Hofje van Bakenes is op 2 augustus 1395 gesticht. Dit gebeurde volgens testamentaire bepalingen van koopman Dirck van Bakenes. Hij stamde uit één van de vooraanstaande en welgestelde families in Haarlem. Zijn weduwe en haar beide zoons lieten dit hofje bouwen. De originele akte is helaas verloren gegaan. Historicus Samuel Ampzing heeft de akte nog gezien en (gedeeltelijk) overgeschreven. 'Cameren met hoiren erve geheiten Dirc van Bakenesse Cameren, liggende ende staende in Dirc van Bakenessen-stege, die nu den naem van Wijde Appelaers-steeg draegt', is een citaat uit de akte.
In het hofje De Bakenesserkamer waren oorspronkelijk 13 huisjes gebouwd. Deze huisjes waren ingericht voor de verzorging van 20 alleenstaande, arme, oude vrouwen. Zij konden aan het eind van de 14e eeuw niet voor een zelfstandige woning zorgen. Eén van de redenen was dat er sprake was van een vrouwenoverschot. In 1663 werden enkele huisjes verbouwd tot regentenkamer, waarna er nog plaats was voor 18 vrouwen. Het aantal bewoonsters is later verder afgenomen tot 12 vrouwen.
Let voor u het hofje binnengaat op de spreuk boven de poort. 'Dirck van Bakenes voor vrouwen acht en twee mael ses'. Dit duidt op het aantal vrouwen 8 + (2 x 6) = 20, die hier kunnen wonen en de minimumleeftijd (8 + 2) x 6 = 60 jaar, die de vrouwen moesten hebben om hier te kunnen wonen. Via een smal toegangspad loopt u na het sluiten van de poort naar het eigenlijke hofje. De huisjes dateren uit de 17e eeuw. De met een houten baldakijn overdekte waterpomp in de tuin van het hofje valt direct op. Het is een prachtig oud hofje, die u op werkdagen en zaterdag tussen 10.00 en 17.00 uur kunt bezoeken. Op zondag is het hofje gesloten.

Het Vrouwe- en Antonie Gasthuys in Haarlem

Vrouwe- en Antonie Gasthuys
Het Vrouwe- en Antonie Gasthuys vindt u aan het Klein Heiligland 64. Het is een statig hofje, met een lange geschiedenis. Deze geschiedenis begon in 1440 niet op het Klein Heiligland, maar op twee andere locaties. Claes Brenssoenszoon schonk in 1440 een huis in de Klerksteeg (nu Bakenesserstraat) aan de kapel op Bakenes 'om den rechten armen dairin te logieren ende te leggen'. Dit werd het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Hier mochten arme vrouwelijke reizigers twee nachten logeren. Ook in 1440 schonk Jan Claes Dierdtsen een kapel en een gasthuis met twee kamers aan het gilde van het Heilig Kruis. Dit was het Sint Antonie Gasthuys. In 1726 werd het Antonie Gasthuys aan de Schalkwijkerpoort opgeheven. Er waren financiële problemen. De gebouwen werden verkocht en de nog aanwezige goederen en bewoonsters werden overgebracht naar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuys. Vanaf dat moment heette het hofje Vrouwe- en Antonie Gasthuys. Het hofje is sinds 1786 gevestigd aan het Klein Heiligland. In dat jaar verhuisden de bewoonsters naar het huidige hofje in het Klein Heiligland. Dit was voor de oude vrouwen een grote verbetering. Ze deelden in het oude hofje met negen personen één kamer met bedsteden en nu kreeg iedere vrouw een eigen huisje.
Het Vrouwe- en Antonie Gasthuys bestaat uit een hoofdgebouw met op de begane grond een regentenkamer en twee appartementen uit 1648 en twee zijvleugels uit 1730. In deze zijvleugels bevinden zich zes woningen. De muur aan het Klein Heiligland dateert uit 1787. Boven de hoofdingang is het wapenschild van de 17e eeuwse eigenaar te zien, de Haarlemse zeepzieder Pieter Joost Bogaert. Het Vrouwe en Anthonie Gasthuis heeft acht woningen. Het hofje is niet toegankelijk is voor bezoekers. U kunt wel door de toegangspoort lopen en op het voorplein een kijkje nemen, maar u kunt niet langs de huizen en door de tuin lopen.

Het Brouwershofje in Haarlem

Brouwershofje
Het Brouwershofje ligt aan de Tuchthuisstraat nummer 8 in de wijk de Vijfhoek in het centrum van Haarlem. Aan de voorzijde van het Brouwershofje ziet u op de gevel in gietijzeren cijfers het jaartal 1586. Maar het Brouwershofje is nog ouder. Het Brouwershofje is in 1472 gesticht. De stichters waren Jacob Huyge Roeperszoon en zijn zus Katrijntje Huyge Roepersdochter, een brouwersfamilie die verbonden waren aan het Brouwersgilde. De oorspronkelijke naam van dit hofje was Sint Maartenshofje, naar de schutspatroon van het Brouwersgilde. Het hofje werd door de familie Roeper overgedragen aan de regenten van het brouwersgilde. Het hofje was bestemd voor brouwersweduwen en brouwersmeiden, die niet meer in staat waren te werken. In deze tijd waren in Haarlem ongeveer 100 brouwerijen gevestigd. Het Brouwershofje werd na oprichting beheerd door het Brouwersgilde. Wie in de 15e eeuw bier wilde brouwen in Haarlem moest in de lid zijn van het Sint Maartensgilde. Dit diende als een soort keurmerk voor het Haarlemse bier. De arme brouwersmeiden, die niet meer in de brouwerijen konden werken, werden in dit hofje, met 22 huisjes, ondergebracht. Deze vrouwen mochten vrij wonen in dit hofje en kregen een klein bedrag, turf en ieder een half vat boter. Ook hadden ze twee vrije stoelen in de nabijgelegen Nieuwe Kerk en kregen ze daar na overlijden een graf. Bij de grote brand in Haarlem, in 1576, brandde dit hofje af. Bij deze grote stadsbrand werden in totaal 449 huizen verwoest, waaronder dus het Brouwershofje. In 1586 werd het hofje op dezelfde plek herbouwd. Al direct bij deze verbouwing werd het oorspronkelijke aantal van 22 huisjes teruggebracht naar acht woningen.
Oorspronkelijk had het hofje aan de straatzijde helemaal geen ramen. Nu herkent u het hofje direct aan de karakteristieke ramen met wit met rood geschilderde luiken, zowel aan de straatzijde als in het hofje. Het Brouwershofje bleef tot aan de landelijke opheffing van de gilden in beheer van het Brouwersgilde. De gemeente Haarlem werd in 1811 eigenaar van het hofje. De gemeente verkocht het hofje aan het eind van de jaren tachtig van de 20e eeuw aan woningbouwvereniging Sint Bavo. Dit was tegen de wens van de stichters. Ruim 500 jaar hiervoor was in de akte bepaald, dat het hofje nooit verkocht mocht worden. In 1930 werd het hofje door de gemeente gerestaureerd. Bij deze verbouwing zijn de ramen aan de straatkant aan de Tuchthuisstraat aangebracht. Voorheen waren dit blinde muren. In 1987 werd het Brouwershofje nogmaals gemoderniseerd. Hierbij werden twee huisjes samengevoegd tot één, zodat er nu vier moderne woningen zijn. Tegenwoordig is de minimale leeftijd voor bewoners 55 jaar, er mogen nu zowel vrouwen, mannen als echtparen wonen. Het Brouwershofje is eigendom van de woningcorporatie Ymere, die de woningen als sociale huurwoningen verhuurt. Dit hofje is iedere dag open voor bezoekers.

Hofje van Loo

Hofje van Loo
Aan het einde van de Vlamingstraat loopt u tegen het Hofje van Loo aan. Helaas kunt u dit hofje niet bezoeken. U hebt wel een mooi zicht op de tuin. Het Hofje van Loo, ook wel het Sint Elisabeth's Gasthuishofje genoemd, is het meest zichtbare hofje van Haarlem. Dit hofje wordt van de straat gescheiden door een hek.
Dit hofje is in 1489 gesticht door Simon Pieterzoon van Loo en zijn vrouw Goltje Willems. Dertien kamers met erven werden aan de heren van het St. Elisabeth Gasthuis overgedragen. Het hofje had 13 woningen. Bij de oprichting was het hofje bestemd voor dertien priesters of arme mensen. Er hebben zover bekend alleen vrouwen in het hofje gewoond. Het aantal van dertien woningen is niet toevallig gekozen. Het getal symboliseert Christus en de twaalf Apostelen. Deze symboliek werd vaker toegepast, zoals in het in 1972 afgebroken hofje De Twaalf Apostelen ook in Haarlem. In dat hofje was iedere woning naar een apostel vernoemd en één huisje heette Jezus en Maria. Het hofje was in eerste instantie aan vier kanten bebouwd met een afgesloten binnentuin. Het hofje was toegankelijk door een poort met daarboven het wapen van het St. Elisabeth Gasthuis.
In 1885 moest Barrevoetesteeg (nu -straat) worden verbreed. Na jaren vergaderen werd besloten om alleen de drie woningen aan de straatkant af te breken. Deze woningen werden vervangen door het huidige hek. De drie woningen zijn daarnaast herbouwd, maar deze drie huisjes zijn, in tegenstelling tot de andere woningen in het hofje, niet gepleisterd en witgeschilderd. Door een hek ziet u dit hofje. Het wapen van het St. Elisabeth Gasthuis uit de oude toegangspoort is tijdens deze grote verandering niet verloren gegaan. Het werd in de gevel van één van de nieuwe huisjes ingemetseld. Het wapen van de heilige Elisabeth ziet u ook op de waterpomp. Het huis schuin tegenover de ingang, aan de rechterkant, is de regentenkamer. Deze kamer is nooit gebruikt omdat de regenten hun eigen vertrekken in het St. Elisabeth Gasthuis hadden. Het Hofje van Loo bestaat uit 12 huizen.
Het oude Hofje van Loo aan de Barrevoetstraat 7 is niet toegankelijk voor bezoekers. Alleen onder begeleiding van een gids van de VVV of het Gilde is het hofje alleen voor groepen van maximaal 20 personen van maandag tot vrijdag tussen 10.00 en 16.00 uur toegankelijk.
Tijdens de laatste renovatie in 1987 werd het hofje gemoderniseerd. Hierdoor zijn er nu nog twaalf woningen. Het hofje wordt bestuurd door de directie van het St. Elisabeth Gasthuis.

Frans Loenenhofje

Frans Loenenhofje
Het Frans Loenenhofje vindt u aan de Witte Herenstraat nummer 24. Als u het Frans Loenenhofje bezoekt, valt direct de bijzondere toegangspoort tot het hofje op. Deze toegangspoort is in 1625 in de Hollandse Renaissancestijl gebouwd. Deze poort is gebouwd door stadsbouwmeester Lieven de Key. Bovenin ziet u het wapen van Frans Loenen. Dit is een onthoofde leeuw. U vindt de toegangspoort bij het enige aan de straatkant gelegen huisje. Dit huisje heeft nummer 24A. Dit huisje is tegenwoordig geschikt voor 2 bewoners. In de andere woningen wonen alleenstaande vrouwen.
Voor de stichting van het hofje werd aan de Witte Herenstraat een deel van het terrein van het vroegere Norbertijnenklooster gekocht. De Norbertijnen gingen altijd gekleed in het wit. Dit is de reden dat dit ook wel het Witte Herenklooster werd genoemd. In 1581 werd dit klooster door de stad Haarlem in beslag genomen. Het klooster diende als schadevergoeding voor hun steun aan de Spaanse koning tijdens het beruchte Beleg van Haarlem (1572-1573), op de katholieke kerk.
In 1607 werd het Frans Loenenhofje uit de nalatenschap van de koopman Frans Loenen uit Amsterdam gesticht. Koopman Frans Loenen was ongehuwd en handelde in lijnwaden, kleden van vlas of hennep. Hij was niet alleen zakenman, maar ook een fervent gokker. Hij overleed in 1605. Met zijn nalatenschap schonk hij zijn woonplaats het hofje om de armen een woonplaats te bieden. Hij had deze wens laten vastleggen in zijn testament. Met de nalatenschap van Frans Loenen kwam het terrein weer in katholieke handen. Het hofje werd voor elf arme, katholieke vrouwen in de voormalige boomgaard van het klooster gebouwd. Bij de bouw van het hofje werd de oude boomgaard zo veel mogelijk intact gelaten en omgevormd tot hoftuin. In de loop van tijd is de tuin wel veranderd, maar u ziet hier in het hofje nog altijd een opvallende tuin met fruitbomen. In 1609 werden er nog eens vijf woningen aan toegevoegd. Dit gebeurde door Jacobus Zaffius, een vriend van Frans Loenen. Jacobus Zaffius was proost (geestelijk leider) in de katholieke kerk in het bisdom Haarlem. De vijf nieuwe woningen (nummers 24G t/m 24K) werden de 'proost' kamers genoemd.
Het Frans Loenenhofje is volgens de aanwezige gevelstenen in 1736, 1772 en in 1986 gerenoveerd. In 1736 werden de woningen vergroot. In 1772 weden de 'proostkamers' gerenoveerd. De 'proostkamer' op nummer 24K werd toen aangepast. Er ontstond zodoende een regentenkamer. In 1986 werden de woningen volledig gemoderniseerd. Van de vijftien huisjes werden tien woningen gemaakt. Er volgde in 1999 nog een verbouwing. Door deze verbouwing voldoen de woningen aan de huidige wooneisen.
Het Frans Loenenhofje is een levendig hofje. Het hofje heeft een goede sfeer onder de bewoners. In 2001 werd er een tuinpaviljoen geplaatst, zodat de bewoners een ruimte kregen voor gezamenlijke activiteiten. Het hofje heeft de status rijksmonument.

Bruiningshofje

Bruiningshofje
Het Bruiningshofje is gevestigd aan de Botermarkt 9 in het centrum van Haarlem. Het Bruiningshofje is één van de kleinste hofjes van Haarlem.
Volgens de steen boven de ingang werd dit hofje in 1610 gesticht zijn door Jan Bruininck Gerritzoon. U ziet boven de toegangsdeur een gedenksteen met het opschrift: 'Bruiningshofje, gesticht ongeveer 1610, herbouwd Ao. 1936.' De doopsgezinde Jan Bruininck had een weefwinkel in Haarlem. Hij kocht vanaf 1610 diverse huisjes op rondom zijn huis en het achtererf van zijn weefwinkel. Hierdoor ontstond een hofje met ruimte voor 6 bewoonsters. In 1618 kocht Bruininck een huis met 'een vrijen eijgen steeghe'. Dit is nu de toegang tot het hofje. Het bezit van een hofje was goed voor de familienaam. Het hofje was een vorm van ouderenzorg, voor oudere, arme vrouwen. Daarnaast was het een teken van welvaart. Het Bruiningshofje was bestemd voor vrouwen uit de Doopsgezinde Gemeente. Het hofje zal daarmee de Bruinincks ook binnen deze kerkelijke gemeente aanzien hebben gegeven. De familie Bruininck zorgde al die jaren financieel goed voor het hofje, vaak met een erfenis. Dit hofje werd gesticht als familiebezit voor zijn zeven kinderen. Jan Bruininck en zijn nakomelingen bleven regenten van het Bruiningshofje. Het regentschap was toen nog een mannenaangelegenheid. De vrouwelijke nakomelingen mochten ook wel regent zijn, maar zodra zij trouwden moest hun echtgenoot het regentschap overnemen. Aan het eind van de 19e eeuw waren alle nazaten uitgestorven en is het hofje overgegaan in handen van de Doopsgezinde Gemeente. De Doopsgezinde Gemeente nam het beheer van het Bruiningshofje over. Leden van de Doopsgezinde Gemeente werden als regent aangesteld. Het Bruiningshofje heeft, in tegenstelling tot de andere hofjes, geen regentenkamer. Het hofje was een familieaangelegenheid en er werd thuis vergaderd.
Hier bevonden zich oorspronkelijk vijf huizen. Maar na renovaties in 1936, 1978 en 1997 zijn dit er nog vier. In 1936 werden de vier oudste huisjes, rechts van de ingang, afgebroken en vervangen door twee nieuwe woningen. De twee huisjes aan de westzijde konden worden gerestaureerd. Er werd nog een extra woning bijgebouwd. Dit is één van de huisjes in de steeg. Hiermee kwam het aantal bewoonsters van het Bruiningshofje op vijf. In 1978 werden de woningen gemoderniseerd. Er werden woningen samengetrokken. Hierdoor bestaat het Bruiningshofje nu uit vier woningen.
Als u een bezoek wilt brengen aan het Bruiningshofje moet u goed zoeken, want u loopt de ingang tot het hofje zo voorbij. De ingang zit verborgen achter een hek, op de Botermarkt 9. Achter het hek bevindt zich een gang naar het hofje. Het Bruiningshofje is doordeweeks te bezichtigen tussen 10.00 en 17.00 uur. Zaterdag en zondag is het hofje gesloten voor publiek.

Luthershofje

Luthers Hofje
Het Luthers Hofje ligt aan de Witte Herenstraat 14, naast de Lutherse kerk. U ziet hier een poortje met een mooie gevelsteen. Als u door het hek gaat, loopt u door een gang naar het hofje. Vier van de woningen zijn pal tegen de Lutherse Kerk gebouwd. Dit zijn de vier oudste huizen in het hofje. De daken van deze woningen zijn verlaagd om de lichtinval in de kerk te behouden. De vijf huisjes aan de rechterkant zijn later gebouwd. Het Luthers Hofje is in 1614 door de Lutherse gemeente gesticht. In 1648 kwamen er nog vijf woningen bij. Het hofje en de kerk zijn gebouwd op het terrein van het vroegere klooster van de Norbertijnen. Deze kloosterlingen liepen in het wit en werden ook wel Witte Heren genoemd, wat de naam van de straat verklaart. Uniek in het hofje is de stenen buitenpreekstoel. Deze buitenpreekstoel zit vast aan de regentenkamer. Vanaf de preekstoel kon de predikant de bewoonsters toespreken. De bewoonsters van dit hofje waren arme Lutherse vrouwen van 50 en ouder. In 1783 is besloten om het hofje te laten uitsterven omdat het hofje een te zware last werd voor de kerkenraad. Zeventien jaar later was de financiële situatie zo verbeterd, dat het hofje kon worden heropend.
Het Luthers Hofje is in 1982 gerestaureerd. Bij deze restauratie werd het aantal woningen van negen tot vijf teruggebracht. Woningen zijn toen samengevoegd, waardoor vier grotere woningen ontstonden. Eén van de woningen heeft zijn oorspronkelijke grootte behouden. Het hofje was vroeger bedoeld voor alleenstaande vrouwen van boven de 50 jaar. Tegenwoordig zijn er geen beperkingen meer qua leeftijd of geslacht. Het hofje heeft een mooie tuin en een opvallende waterpomp.
Het Luthers Hofje is van maandag tot en met zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur opengesteld voor publiek. Op zondag is het hofje gesloten.

Het Hofje In den Groenen Tuin in Haarlem

Hofje In den Groenen Tuin
Het Hofje In den Groenen Tuin ligt aan de Warmoesstraat 23 in het centrum van Haarlem, niet ver van de St. Bavokerk.
Het hofje dateert uit 1616. Het hofje is gesticht uit de nalatenschap van Catarina Jansdochter Amen. Zij was weduwe van Jacob Claesz van Schoorl. Het hofje was oorspronkelijk bestemd voor rooms-katholieke alleenstaande dames vanaf 50 jaar. Deze dames moesten zelf in hun onderhoud kunnen voorzien. Na hun dood gingen al hun bezittingen naar het hofje. Deze regels gelden niet meer, maar de oude reglementen zijn als curiositeit nog steeds in te zien in het hofje. De naam 'In den Groenen Tuin' is afgeleid van de naam van één van de weldoensters van dit hofje, Josina van Groeneven. Ven betekent 'moeras, weide, tuin'. Op de gevelsteen is buiten de naam van het hofje, nog veel meer te zien wat op Josina van Groeneven wijst. De steen stelt een hof voor, omringd door een gracht met op de voorgrond een zwaan. Deze zwaan is min of meer de hoofdfiguur op de steen, waarmee gedoeld wordt op het feit dat Josina het recht van zwanen bezat voor het Spaarne en De Liede. Het zogeheten Zwanendrift. Dit recht heeft zij op 2 juni 1608 aan de stad Haarlem geschonken. Door deze gift aan de stad werd de naam van het hofje 'In den Groenen Tuin' en bijvoorbeeld niet 'Catharina’s Hofje'.
Het hofje is in 1885 herbouwd. Het aantal woningen is toen teruggebracht van 20 naar 18. Er wonen nu 4 vrouwen in het hoofdgebouw (voorheen 6) en 14 dames wonen in de huisjes rondom de binnentuin. Het Hofje In den Groene Tuin bestaat uit twee rijtjes witgepleisterde 17e eeuwse woningen. Deze woningen waren toegankelijk via een steeg met steegbogen en een poortje aan de Lange Veerstraat. Het huidige hoofdgebouw is voorzien van tuitgevels, vensters met deelzuiltjes en gebeeldhouwde koppen van oude mannen en vrouwen. Dit hoofdgebouw is in 1885 aan de Warmoesstraat gebouwd. Het neogotisch ontwerp is van G.H. Robbers. Dit hofje op doordeweekse dagen van 10.00 tot 12.00 uur te bezoeken. In de weekenden is het hofje gesloten. De hoofdingang ligt aan de Warmoesstraat 23. De achteringang is voorzien van een opvallende gevelsteen. Deze achteringang ligt aan de Lange Veerstraat 24 en is alleen toegankelijk voor bewoners en beheerders. Ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan is in 2016 een hofjespomp in de tuin van het hofje geplaatst. De gevel werd in augustus 2017 gerenoveerd.

Hofje van Guurtje de Waal

Hofje van Guurtje de Waal
U vindt het Hofje van Guurtje de Waal aan de Lange Annastraat 40 in het centrum van Haarlem. In 1616 is het hofje van Guurtje de Waal op het erf van haar huis gesticht. Het hofje was bedoeld voor gereformeerde weduwen en gereformeerde oude vrijsters. Het hofje werd de eerste jaren door Guurtie zelf bestuurd. In 1628 paste zij het reglement aan. Hierdoor mochten hier alleen nog weduwen of alleenstaanden wonen die ook lid waren van de gereformeerde gemeente. Na haar overlijden in 1632 werd haar achterneef en burgemeester van Haarlem Jan de Wael regent van het hofje. Hij liet in 1661 het hof vergroten van zes naar acht woningen. Lieve de Key bouwde in opdracht van Jan de Wael de toegangspoort. Hierin werd het opvallende wapen van de familie De Wael verwerkt. Dit is een leeuw met een afgehakte kop waar stralen bloed uitspuiten. Dit wapen lijkt erg op het familiewapen van de stichter van het Frans Loenenhofje. Tot in 19e eeuw bleef het hofje van Guurtje de Waal in handen van de familie De Wael.
Het hofje Guurtje de Wael is nog diverse keren aangepast. Het hofje werd in 1783 voor een deel vernieuwd. In 1985 kwam het hofje in handen van de gemeente Haarlem. Het hofje werd gemoderniseerd. Het aantal woningen werd van acht teruggebracht naar vier. Het Hofje Guurtje de Waal werd hiermee het kleinste hofje in Haarlem. Het hofje is nu in beheer van woningcorporatie Ymere. Het hofje bestaat uit 4 woningen rond een mooie binnentuin. U kunt dit hofje iedere werkdag gratis tussen 10.00 tot 17.00 uur bezoeken.

Zuiderhofje

Zuiderhofje
Het Zuiderhofje vindt u aan de Zuiderstraat 12 in het centrum van Haarlem. Achter de oude toegangspoort voor de bewoonsters, aan het Doelenplein, staat in prachtige tegels 'Zuiderhofje'. Deze ingang wordt niet meer gebruikt. De ingang is nu aan de Zuiderstraat. Deze ingang was vroeger bestemd voor de regenten.
In 1640 werd het Zuiderhofje door de doopsgezinde Jacques van Damme en zijn vrouw Elisabeth Blinckvliet gesticht. Zij gaven in hun testament opdracht voor de bouw van een hofje voor veertien doopsgezinde vrouwen. Ze legden hierin hun doopsgezinde overtuiging vast. Daarnaast mocht hun naam niet aan het hofje verbonden worden. De naam werd het Zuiderhofje. Het hofje is vernoemd naar de straat waar het hofje zich bevindt, de Zuiderstraat. Het Zuiderhofje is sinds 1784 geheel zelfstandig. Het hofje wordt bestuurd door regenten en regentessen. Zij bepalen het (financiële) beleid en zorgen voor onderhoud van de woningen. Alle regenten vanaf 1784 zijn op naambordjes genoemd, in de met goudleer behangen regentenkamer.
Het Zuiderhofje moest in 1891 geheel worden herbouwd. Er werd aan de straatzijde een nieuw hoofdgebouw met vier woningen gebouwd. Daarnaast werd er een woning voor de opzichteres, een regentenkamer en aan beide zijden van de binnentuin aan beide kanten vijf woningen gebouwd. In totaal telt het hofje veertien woningen.
In de jaren vijftig was het Zuiderhofje bijna verdwenen. Het gemeentebestuur had destijds plannen om het gehele gebied tussen Raaks en Doelen te renoveren. Het Zuiderhofje zou moeten wijken, maar het gemeentebestuur besloot toch het Zuiderhofje te behouden. Het Zuiderhofje is geheel zelfstandig. Het Zuiderhofje is alleen tijdens de Open Monumentendagen toegankelijk voor publiek. Het hofje is alleen te betreden via de centrale hal van het hoofdgebouw.

Wijnbergshofje
Het Wijnbergshofje aan de Barrevoetstraat 4. Het pand 'De Wijnberg' werd oorspronkelijk gebruikt als kerk van de Hoogduitse Doopsgezinde gemeente in Haarlem. Deze gemeente ging in 1651 samen met de Doopsgezinde Vlaamse gemeente. Deze gemeente had al een kerk aan het Klein Heiligland. Twee kerken was te veel. Dit is de reden dat De Wijnberg een behuizing voor oudere alleenstaande dames werd. De exacte stichtingsdatum is niet bekend. Het oudste nog bestaande archiefstuk dateert uit 1696. Het oude gebouw De Wijnberg werd in 1871 gesloopt. In 1872 werd de nieuwe Wijnbergshof opgeleverd. Dit hofje bestond uit een hoofdgebouw aan de Barrevoetstraat en twee zijvleugels met daarin de hofjeswoningen. Dit hofje had 9 hofwoningen en een hoofdgebouw. In het hoofdgebouw bevonden zich een regentenkamer en een woning voor de opzichteres. Het hofje werd bestuurd door een college van regenten en regentessen. De bewoonsters kregen van de regenten wekelijks een preuve (een gift) en ze kregen de meest noodzakelijke levensmiddelen in natura. De bewoonsters betaalden geen huur. De woningen zijn lange tijd ongeveer hetzelfde gebleven. In de jaren zestig van de vorige eeuw werden in de huisjes keukens en wc's aangelegd en werden de zolders omgebouwd tot slaapvertrek. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden de huizen voorzien van badkamers en centrale verwarming. In de jaren negentig is het hof opnieuw gerenoveerd. In het hoofdgebouw werden appartementen gebouwd en de huizen werden groter door twee hofjeswoningen te laten vervallen. De buitenkant van het hofje is gelijk gebleven, van binnen zijn de huizen volledig gerenoveerd, zodat deze weer voldoen aan de huidige eisen van wooncomfort. Bij deze laatste renovatie zijn de oude details gespaard gebleven, net als de buitenschil, die zorgvuldig is gerestaureerd. Het achterhuis is de oorspronkelijke regentenkamer. Deze en ook de 9 huisjes staan op de Rijksmonumentenlijst. Het hofje is niet te bezoeken. Alleen op open Monumentendag is het hofje op zaterdag te bezoeken.

Het Hofje van Noblet in Haarlem

Hofje van Noblet
Het Hofje van Noblet met de hoofdingang aan de Nieuwe Gracht 2, aan de kant van het Spaarne. Het is een statig huis met een tuin aan de voorkant die van de weg gescheiden wordt door een hek. In 1761 werd dit hofje gebouwd. Dit gebeurde uit de nalatenschap van Leonard Noblet en zijn zussen Sara en Geertruida. Zij hadden allen geen wettige nabestaanden. De huizen van het hofje zijn gebouwd in de tuin van het huis van de familie Noblet, Haerlem en Spaargesigt. Dit huis was in 1737 door de vader van Leonard, Elezar Noblet, gekocht. De familie Noblet was een Amsterdamse familie.
Er werden twintig huizen gebouwd. Aan de oostkant werden tien huizen voor vrouwen uit Haarlem gebouwd en aan de westkant werden tien huizen voor vrouwen uit Amsterdam gebouwd. Deze vrouwen moesten ten minste 50 jaar oud zijn en hun hele leven alleenstaand zijn geweest. Ook moesten de dames lid zijn van de Nederduits Gereformeerde Kerk. Het voormalig huis van de familie Noblet doet nu dienst als woning van de beheerder en als regentenkamer. Dit is sinds 1760 het hoofdgebouw van het Hofje. Boven in de gevel ziet u het wapen van de familie Noblet. Daarboven ziet u een klok. De woningen van dit hofje bevinden zich in de oorspronkelijke tuin aan de achterzijde van het huis. In de monumentale regentenkamer van het Hofje van Noblet hangen de portretten van tientallen regenten.
Sinds 1969 staat het hofje inschreven in het rijksmonumentenregister. In 1992 is het hofje gerenoveerd. Het aantal huizen is toen teruggebracht van 20 naar 16. Het Hofje van Noblet is van maandag tot en met zaterdag via het hoofdgebouw tussen 10.00 en 17.00 uur te bezoeken.

Het Hofje van Oorschot in Haarlem

Hofje van Oorschot
Het Hofje van Oorschot is gevestigd aan de Kruisstraat 4, tegenover de Hema. Het Hofje van Oorschot is gebouwd in 1769. Het Hofje van Oorschot is niet het oudste maar wel het chicste in Haarlem. De Amsterdamse koopman Wouterus van Oorschot (1704-1768) liet een bedrag na van 20.000 gulden. Dit bleek onvoldoende om het hofje te realiseren. De Staten van Holland hebben 20.000 gulden bijgelegd. Het hofje kon worden gebouwd. Er waren tijdens de bouw wel wat problemen op te lossen, want aan de overzijde van het te bouwen hofje woonden twee rijke stadsbestuurders, die zich bemoeiden met de bouw. Zij eisten dat er een mooie tuin aangelegd zou worden, die afgesloten moest worden met een hek in rococostijl. De huizen van de bestuurders waren ook in deze stijl gebouwd. De nalatenschap van Van Oorschot was door de eisen van de bestuurders onvoldoende om het hofje te bouwen. Het zag ernaar uit dat het hofje er niet zou komen. Dit was precies de bedoeling van de bestuurders. Het stadsbestuur ging, ondanks de bezwaren van de bestuurders, akkoord met de bouw van het Hofje van Oorschot. De Staten van Holland legden 20.000 gulden bij om een hofje te laten bouwen. Het hofje zou 'een sieraad voor de stad' zijn. In 1769 startte de bouw. Het hofje van Oorschot was bedoeld voor arme vrouwen van 50 jaar en ouder. Ze moesten lid zijn van de hervormde gemeente. Het hofje is gebouwd rond een binnentuin. Het hoofdgebouw toont boven de ingang een driehoekig fronton met afgehakt alliantiewapen De regentenkamer heeft een schoorsteen met de wapens van de families Oorschot en Savary. De binnenplaats wordt afgesloten door een hek met hardstenen pijlers in Lodewijk XV-vormen, waarvan twee met vaasvormige ornamenten. In de binnentuin staat sinds 1973 een bronzen beeld van Eva (van Adam en Eva). De ontwerper van dit beeld is beeldhouwer Johan Limpers. Het beeld stond tussen 1947 en 1967 in het Kenaupark te Haarlem. Vanwege vernielingen verhuisde Eva naar het Frans Hals Museum. Het beeld werd gerestaureerd en in 1973 kreeg het beeld een plek in het Hofje van Oorschot. In 1987 werd het beeld gestolen. De weduwe van Johan Limpers was nog in bezit van een model van Eva. Er werd een replica gemaakt. Deze replica werd teruggeplaatst in het hof. Het Hofje van Oorschot niet is open voor publiek. Door het mooie smeedijzeren hek kunt u wel het een en ander van het hofje zien.

Remonstrants Hofje
Het Remonstrants Hofje is een Haarlems hofje. Het hofje is gevestigd aan de Ursulastraat nummer 16. Het Hofje is 1773 gesticht door Isabella van Leeuwarden op het terrein van het voormalige Ursulaklooster. Dit was een klooster van de Orde der Franciscanen. Dit klooster was tijdens de reformatie gesneuveld. De ingang van het hofje bevindt zich in een overgebleven muur van het klooster. Het voorhuis is de vroegere kloosterkapel. Isabella van Leeuwarden (1696–1773) was een koopvrouw en eigenaresse van een weverij. Ze trad op haar 41e toe tot de remonstrantse gemeente. In 1752 trouwde ze met Pieter Merkman jr. (1699-1760). Hij was eigenaar van een garenlintfabriek. Na het overlijden van haar echtgenoot erfde Isabella van Leeuwarden ook zijn bedrijf. Ze was zeer vermogend. Isabella van Leeuwarden was in de laatste jaren van haar leven bezig met een plan om de armoede binnen de remonstrantse gemeente te verzachten. Dit plan was een idee van haar overleden broer Justus. Hij overleed in 1748. Ze wilde geen eigen hofje. Ze wilde de kosten dragen van het oudste Haarlemse hofje, het Hofje van Bakenes. Ze stelde een voorwaarde: één van de twee regenten moest remonstrants zijn. Deze voorwaarde kon niet worden ingewilligd. Isabella van Leeuwarden stelde een deel van haar nalatenschap ter beschikking aan de stichting. Zij moesten een hofje voor zes arme weduwen of ongehuwde vrouwen uit de Haarlemse Remonstrantse gemeente stichten. De remonstrantse timmerman Nicolaas Tijsterman was eigenaar van het terrein van het oude Ursulaklooster. Hij maakte het ontwerp van het hofje. In 1774 opende het 'Remonstrantsch Gereformeerd Hofje van Justus en Isabella van Leeuwaerden' zijn deuren voor de eerste bewoonsters. In het laatmiddeleeuwse dwarse voorhuis ziet u nog restanten van de kloosterkapel, zoals de kruisribgewelven op de begane grond en een hoge kapconstructie met ribben van een houten tongewelf. Een overwelfde doorgang uit de 16e eeuw leidt u naar de tweelaagse woningen aan de binnenplaats. De laatste is voorzien van een driezijdige erkeruitbouw. U kunt dit hofje alleen aan de buitenzijde bezichtigen, want het is niet opengesteld voor publiek.

Het Teylershofje in Haarlem

Teylers Hofje
Het Teylers Hofje is te vinden aan de Koudenhorn 64a. In de bocht van het Spaarne in Haarlem ligt achter een imposante poort het Teylers Hofje. De achteringang ligt aan de Teylershofjesstraat en is niet open voor publiek. Het Teylers Hofje is van 1787 en is gesticht uit de nalatenschap van Pieter Teyler van der Hulst. Ook het Teylers Museum aan het Spaarne en het Teylers Fundatiehuis in de Damstraat 21 zijn uit zijn nalatenschap gesticht. Al in 1752 vestigde Pieter Teyler van der Hulst al een hofje. Dit gebeurde na de dood van zijn vrouw. Dit hofje werd gevestigd op het terrein van het huidige Vrouwe- en Antonie Gasthuys. Hij bepaalde in zijn testament dat er een nieuw hofje gebouwd moest worden aan het Spaarne. Zodoende werd in 1787 het Teylershofje verplaatst naar de Koudenhorn. Dit hofje werd bestemd voor eerzame dames van boven de 70. Er wonen nu ook alleen vrouwen, maar zij zijn over algemeen jonger. De voorkeur voor nieuwe bewoonsters is een alleenstaande vrouw van boven de 50 jaar zonder thuiswonende kinderen en zonder huisdieren. Het hofje telt 22 huisjes. Deze liggen rond een binnentuin. De huisjes hebben de status van rijksmonument.
In het hoofd- of voorgebouw bevindt zich een beheerderswoning en een regentenkamer en daarachter 22 monumentale eenpersoonshuisjes. Deze huisjes zijn gelegen rond een gemeenschappelijk groen hofje. Op de binnenplaats ziet u een hardstenen pomp. Het ontwerp van deze pomp is van architect Leendert Viervant. Hij heeft ook het ontwerp van de Ovale Zaal in het Teylers Museum heeft gemaakt. Het hofje heeft aan de kant van de Koudenhorn een neoclassicistische façade. De entree wordt geflankeerd door dorische zuilen. Het hofje is van maandag t/m zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur vrij toegankelijk. Op zondag is het hofje gesloten.

De Essenhof in Haarlem

Essenhof
De Essenhof staat niet te boek als hofje. Merkwaardig want de eigenaar van het complex van 24 woningen was een stichting met heuse regenten. Na 146 jaar in handen van een stichting te zijn geweest is het arbeidershofje sinds een paar jaar particulier eigendom. In de periode van 1868 tot 1870 werden in de latere Essenstraat voor rekening van het Fonds van Abraham de Haas 24 woonhuizen gebouwd. Abraham de Haas was een schatrijke Haarlemmer die zijn erfenis had bestemd om sociale doelen te verwezenlijken. Bij de bouw werd een ontwerp van de Vereniging tot verbetering van de arbeidende klasse te ’s Gravenhage gebruikt. Een opmerkelijk huizencomplex omdat de zes blokken dwars zijn geplaatst. Daardoor ligt de toegang tot een woning niet aan het binnenterrein maar in een poort. De woningen bevinden zich pal achter het Guurt Burrets Hofje, dat geen hofje met een poort en tuin is, maar eruitziet als een stadsvilla en oorspronkelijk plaats bood aan vier bewoners. In de achtertuin van dat 'hofje' ontstond een van de eerste vormen van sociale woningbouw in Haarlem. Dit hofje werd in 1870 gebouwd. Hoewel de twee ingangen met hek afbreuk doen aan het hofjesidee, een traditioneel hofje heeft één toegangspoort met een zware deur, heeft het complex door de binnentuin met daarin twee onlangs gerestaureerde pompen toch wel het aanzien van een hofje. Arme gezinnen wonen er allang niet meer. In de sociale huurwoningen wonen nu alleenstaande mannen en vrouwen. In tegenstelling tot traditionele hofjes zijn hier huisdieren welkom. Wat lang een moestuin was, is nu een binnentuin met heggen en twee pompen.
In de tuin van het hofje staan verschillende nieuwe bankjes met een gedenkplaatje, dit vanwege de viering van het 150-jarig bestaan van het hofje in 2017. Het hofje is weinig bekend en dit willen de bewoners graag zou houden. De Essenhof is gevestigd aan de Essenstraat 24. Vanaf de straatkant is het niet te zien dat zich hier een hofje bevindt.

Proveniershof<

Proveniershuis
Het Proveniershof is in 1704 gesticht. Het hof heeft een rijke geschiedenis. Hier werd in 1414 het Sint Michielsklooster voor vrouwen gebouwd. De nonnen werden in 1578 door de protestanten verjaagd. Dit gebeurde ten tijde van de reformatie. Het klooster en het omliggende terrein werden drie jaar later door de Prins van Oranje toegewezen aan de stad Haarlem. Deze toewijzing was een vergoeding voor de enorme schade die de stad ten tijde van de 80-jarige oorlog tijdens het Beleg van Haarlem geleden had. Het terrein kwam in handen van de Schutterij Sint-Joris. Het kloosterhof werd door hen als oefenterrein gebruikt. Het oefenterrein werd toen 'De Doelen' genoemd. Het oude kloostergebouw werd in 1592 vervangen door een nieuw 'doelengebouw'. Dit gebouw is ontworpen door de befaamde stadsbouwmeester Lieven de Key. Dit gebouw is nu het poortgebouw van het Proveniershof. In 1681 werd dit 'doelengebouw' een stadsherberg met de naam Heerenlogement. Het heerenlogement liep niet goed en in 1704 werd daarom besloten om hier een proveniershuis te stichten. De bewoners, de proveniers, waren niet aangewezen op liefdadigheid. Ze betaalden zelf voor onderdak en verzorging. De huizen waren bestemd voor de gegoede burgerij. De bewoners kochten zich in voor een eenmalige betaling van 3.000 gulden en konden hier op latere leeftijd wonen. 'Proveniers' zijn mensen die van 'preuves' (giften) leven. De proveniers woonden in de huisjes rondom de binnentuin en kregen hun maaltijden bij het hoofdgebouw. Ook het proveniershuis hield geen stand. De meeste woningen werden aan het eind van de 18e eeuw verhuurd. Toen in 1810 het oude mannenhuis, het huidige Frans Hals Museum, werd gevorderd door de Fransen, werden de oudjes hier gehuisvest. Het proveniershuis was tot 1866 een oudemannenhuis. In1866 kreeg het proveniershuis de naam Proveniershof. Deze hof heeft een dubbele rij huisjes, de binnenring en de buitenring. In 1991 is het Proveniershof verbouwd. Het bestaat nu uit grote woningen met diverse kamers.
De Proveniershof is eigendom van de woningcorporatie Ymere, die de woningen verhuurt. In totaal zijn er 67 woningen waarvan er 38 rond de tuin liggen. De overige huisjes liggen aan de aangrenzende straatjes. In dit hofje mogen ook echtparen wonen. Het Proveniershof ligt aan de drukke en belangrijkste winkelstraat van Haarlem, de Grote Houtstraat 144. Het Proveniershof is vrij toegankelijk voor bezoekers.

Boven de toegangspoort van het Coomanshofje

Coomanshofje
Het Coomanshofje bevindt zich aan de Witte Herenstraat 32. Dit hofje werd in 1871 opgeheven. De gevelsteen boven de deur herinnert zich nog aan dit hofje. Deze toegangspoort bevat een steen met een wel zeer bekende persoon: Sinterklaas. Hij maakt hier een goedgeefs gebaar naar twee knielende kindertjes, terwijl uit de wolken een balans tevoorschijn komt.
De eerste huisjes van dit hofje werden gebouwd in 1613. In 1624 werden nog twee huisjes toegevoegd en in 1645 werd het geheel gecompleteerd door een gildehuis. De leden van het Coomans- of Sint Nicolaasgilde, kleine kooplieden en winkeliers, hadden het hofje ingericht 'tot onderhout ende sustinatie van de armen, schamelen, behoeftighen en crancken gildebroederen'. De beschermheilige van het gilde werd in steen uitgehakt en boven de poort geplaatst. Dit is dus Sint-Nicolaas. Dit hofje is niet meer toegankelijk. Alleen de toegangspoort kunt u nog bewonderen.

 

 

Gravinnehof
De Gravinnehof is een modern hofje. Het hofje ligt aan het Spaarne 100-102. Het hofje werd in 2001 gebouwd. De aanleiding was het 750-jarig bestaan van de stad Haarlem. Op initiatief van de gemeente Haarlem is in 1991 in samenwerking met de Stichting Haarlemse Hofjes een architectuurprijs uitgeschreven voor een nieuw te bouwen '21e eeuws hofje' op het voormalig parkeerterrein tussen de Gravinnesteeg en de Helmbrekerssteeg. Dolf Floors maakte het winnende ontwerp. Zijn ontwerp werd uit 198 inzendingen als de beste gekozen. De Gravinnehof is gerealiseerd door de Stichting Gravinnehof uit Haarlem, een samenwerkingsverband van het Sint Jacobs Godshuis en De Hofjes van Codde en Van Beresteyn.
Het hofje heeft 26 woningen, tien tweepersoons- en zestien eenpersoonsappartementen, en een moderne binnentuin. De Gravinnehof is bedoeld voor mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder en omvat 26 seniorenwoningen. De Gravinnehof werd op 7 mei 2001 door Prinses Margriet geopend. Op of rond 7 mei wordt deze opening nog elk jaar herdacht met een 'preuve' (gift). De zijkant van De Gravinnehof grenst aan de Gravinnesteeg, vandaar de naam. In de Gravinnesteeg, naast De Gravinnehof, is de Brijder Stichting gevestigd. Hier halen harddrugs verslaafden dagelijks hun portie methadon, ook is er een gebruikersruimte. Dit heeft de bewoners van De Gravinnehof veel overlast bezorgd, wat leidde tot acties tegen de Brijder Stichting en Gemeente Haarlem. Tot een oplossing heeft dat niet geleid, wel tot het afsluiten van de Hof. Dat is de reden dat het hofje niet is opengesteld voor bezoekers.

De Johannes Enschedé Hof in Haarlem

Johannes Enschedé Hof
Het Johannes Enschedé Hof is het jongste hofje in Haarlem. Dit hofje ligt aan de Korte Begijnestraat 18-36. Het Johannes Enschedé Hof is in 2007 opgeleverd. Het hofje is ontworpen door Joost Swarte en Henk Döll. Zij werkten al eerder samen bij de bouw van de nieuwe Toneelschuur. Het ontwerp verwijst naar natuur (hout en groen) en cultuur (balkonhek, hek berging en glas-in-loodraam).
Het Johannes Enschedéhofje ligt naast het oudste hofje van Haarlem, het Hofje van Bakenes. De initiatiefnemers van de bouw van dit hofje zijn de regenten van het Hofje van Bakenes en Woonmaatschappij Haarlem. Zij beheren dit hofje ook. Het hofje bestaat uit 10 woningen, 8 voor vrouwen ouder dan 65 jaar en 2 voor bejaarde stellen. Het hofje maakt deel uit van het Appelaar plan. Het hofje is vernoemd naar de drukkerij Joh. Enschedé. Deze drukkerij was eerst op deze plaats gevestigd. Aan de voorzijde van het hofje, aan de zijde van Korte Begijnestraat, ziet u een glas in loodraam. Dit raam is ontworpen door Joost Swarte. U kunt het Johannes Enschedé Hof maandag tot en met zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur bezoeken. Het hofje is toegankelijk via het oudste hofje in de stad, het hofje van Bakenes. U overbrugt met één stap een periode van 600 jaar.
Dit hofje wordt beheerd door woningcorporatie Ymere en de regenten van het oude hof. Met dit oude concept in een nieuwe tijd mogen hier ook mannen wonen.


Via de website Haarlemse hofjeskrant kunt u op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes rond de hofjes in Haarlem.


Voor meer foto's van de Hofjes in Haarlem, zie: foto's Hofjes in Haarlem.

 

 

Volg JTravel op Facebook, Instagram, Twitter en Pinterest.

 

 

Deel dit artikel: